Visie zorg

De zorgwereld verandert voortdurend, zowel aan de aanbod-, als aan de vraagkant. Daarnaast wordt de Nederlandse samenleving gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan levensovertuigingen en leefstijlen. Ook ouderen vormen geen homogene groep. Ze bestrijken meerdere generaties met verschillen in leefwijze, inkomen, etnische afkomst en mate van zelfstandigheid. Daarnaast wordt de vergrijzing terecht een golf genoemd, een die zal komen, maar ook weer zal gaan. Dit vraagt om een flexibele, integrale en vooruitstrevende aanpak. Grote instellingen hebben als belangrijkste opdrachtgevers voor zorgarchitectuur lang de dienst uitgemaakt. Gestandaardiseerde programma’s van eisen waarin kwantitatieve gegevens over de hoeveelheid vierkante meters zijn beschreven, vormen de onderlegger voor veel projecten. De grote schaal van de gebouwen en organisatie noopt tot rationalisatie. Tegelijk ontbreekt het aan visionaire ideeën: in de praktijk krijgen mooie zorgvisies nog vaak een voorspelbare, onschadelijke uitwerking. Zoals alle benzinepompen op elkaar lijken, ongeacht welk merk, zo zijn veel zorginstellingen in hun inrichting en vormgeving misschien wel goed bedoeld, maar akelig hetzelfde. Een zoektocht naar een nieuwe identiteit:

Marlies Rohmer Architects & Urbanists ontwerpt vanuit een sterke maatschappelijke betrokkenheid, met een onderzoekende houding. Inhoudelijk onderzoek doorgrondt complexe vraagstukken. Schijnbare tegenstellingen – grootschalig versus kleinschalig, collectiviteit versus individualiteit, afhankelijk versus zelfredzaamheid en intiem versus extravert – worden ruimtelijk geïntegreerd. Ook thema’s als veiligheid, oriëntatie, variatie en sfeer zijn belangrijk, waarbij het streven naar synergie, meer dan de som der delen, kenmerkend is voor onze gebouwen.
Binnen de (financieel noodzakelijke) grote complexen die kenmerkend zijn voor de zorg introduceert Marlies Rohmer kleinschaligheid waardoor bewoners/ cliënten hun eigen identiteit behouden.
De zorggebouwen van het bureau zijn zorgvuldig afgestemd op de verschillende vormen van zorg, op de behandelwijze en de wensen van de zorgbehoeftige. Een open dialoog met opdrachtgevers en gebruikers over de wensen is van essentieel belang voor het afstemmen van ontwerp en proces. De gebouwen zijn een specifiek ruimtelijk antwoord op de vraag, maar kunnen, onder andere door het toepassen van een flexibel casco, ook toekomstige veranderingen in de zorg opnemen. De veerkrachtige gebouwen maken eveneens een geheel ander gebruik op lange termijn mogelijk.
De zorggebouwen die het architectenbureau de afgelopen decennia heeft gerealiseerd, variëren van meer beschermde psychiatrische inrichtingen tot woonzorgcomplexen (wozoco’s) en getransformeerde bejaardentehuizen tot kleinschalige woongroepen van zelfstandige woningen met zorg.
Bij het ontwerpen van zorggebouwen gaat het bureau uit van een zo actief mogelijke participatie van de bewoners/ gebruikers aan de samenleving. Om sociaal isolement te voorkomen, is het belangrijk dat het wonen en de diensten voor mensen die zorg nodig hebben, onderdeel zijn van de maatschappij. De (omgekeerde) integratie van bijvoorbeeld een dagopvang voor verstandelijk gehandicapten, door een publieke fietsroute, een open erf met kinderboerderij, moestuin of winkel waar zelfgemaakte spullen worden verkocht, zorgt naast een vanzelfsprekende ‘deelname’ aan de gemeenschap, voor levendigheid.

Op basis van haar jarenlange ervaring heeft de Vlaams Bouwmeester Marlies Rohmer in mei 2013 geselecteerd als deskundige architectuur voor de ‘Pilootprojecten ZORG’. Dit betekent dat Rohmer Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen gaat ondersteunen bij een van de vijf vernieuwende projecten in de zorgsector in Vlaanderen.
Daarnaast is Marlies Rohmer benoemd tot jurylid van de Hedy d’Ancona prijs voor excellente zorgarchitectuur 2014.

Transformatie van woonzorgcomplexen
Het bureau doet haalbaarheidsstudies naar de transformatie van woonzorgcomplexen zoals d’Oude Raai (2013) aan de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. Wijzigingen in de wereld van de zorg, die erop gericht zijn dat ouderen en andere zorgbehoevenden zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen – met hulp van mantelzorg – bewerkstelligen dat zorgcomplexen een nieuw leven behoeven. D’Oude Raai wordt getransformeerd naar kleinschalige groepen van zelfstandige woningen, gekoppeld aan een centrum met zorg op maat, dat ook voor de buurt fungeert. Het nieuwe centrum met onder andere ruimtes voor Kort Durende Opvang, om tijdelijk mantelzorgers te ontlasten, vormt op zijn beurt een nieuwe spil voor de wijk. Herbestemming vraagt om een integrale benadering waar de (kwaliteit van de) bestaande installaties en constructieve en bouwfysische problemen bij betrokken moeten worden.

De wereld van contrasten: Collectiviteit versus individualiteit, grootschalig versus kleinschalig
De diverse zorggebouwen die het bureau heeft gerealiseerd, zijn intieme geborgen omgevingen waar patiënten zich veilig en op hun gemak voelen, geen besloten, van het sociale leven afgezonderde gemeenschappen. Daarnaast is ook het onderlinge contact – intiem en extravert – belangrijk. Het woonzorgcomplex Dobbelman (2007) is bijvoorbeeld ruimtelijk zodanig georganiseerd dat contact tussen bewoners wordt bevorderd. Iedere woonlaag is voorzien van een gemeenschappelijke tuin: een open tuin op de begane grond en beschutte wintertuinen op de drie verdiepingen. Deze grote lichte ruimtes zijn centraal gelegen, met de keukens van de woningen eromheen gegroepeerd.
De ‘sociowoningen’ in Amsterdam (1998), een kleinschalig woonproject met woningen voor dementerende ouderen die onder begeleiding zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, is geïntegreerd in een blok sociale huurwoningen. Organisatorisch zijn grotere, compacte gebouwen efficiënter en duurzamer, maar tegelijkertijd is dit een valkuil. Het is in tegenspraak met de wens om de zorg een menselijke schaal te geven. Om privacy te waarborgen en tegelijkertijd het onderlinge contact te stimuleren, hebben alle bewoners een eigen kamer, terwijl de centrale omloop en de gemeenschappelijke tuin uitnodigen tot contact. De woningen zijn gesitueerd rondom deze omloop die soms een binnen- dan weer een buitenklimaat heeft en op vele plaatsen uitzicht geeft op straat. Het complex is niet hermetisch afgesloten, de bewoners kunnen naar buiten. Men gaat ervan uit dat de bewoners die ‘weglopen’ wel weer worden thuisgebracht door een vriendelijke buurtbewoner of door mensen van het nabijgelegen politiebureau. Zo kunnen de ouderen, ondanks hun beperkingen, toch een zekere mate van vrijheid genieten.
De integratie in de samenleving is ook belangrijk voor verzorgers en familie en bezoekers.
Dagverblijf De Joppe in Den Haag (2001), een bijzondere school voor gehandicapte kinderen, is onderdeel van een basisschool. Dit maakt het wegbrengen van de kinderen voor de ouders gemakkelijker; zij blijken er vaak moeite mee te hebben dat hun kind naar een bijzondere school gaat. Door het creëren van verschillende ruimten door logische scheidingen en sferen voor de diverse groepen heeft de dagopvang wel de benodigde beslotenheid.

Flexibiliteit
Het woonzorgcomplex Dobbelman, waar psychogeriatrische ouderen, allochtone ouderen en gehandicapten samen leven, is een staalkaart van diverse mogelijkheden in één gebouw. De woningen voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten zijn zo ontworpen dat zij hier een zo zelfstandig mogelijk leven kunnen leiden. Zij hebben ieder een eigen woning met een extra grote badkamer. De groepswoningen sluiten aan bij het streven binnen de psychogeriatrie naar kleinschaligheid.
Met een flexibele ruimte-indeling anticipeert het bureau tevens op de aankomende vergrijzing van de babyboomgeneratie. De vijftigers van nu accepteren straks geen kleine kamers en gestandaardiseerde voorzieningen meer. Zij verlangen niet alleen een volwaardige woonruimte, zorg en wonen op maat, privacy, maar ook mogelijkheden tot contact.
De flexibiliteit komt ook tegemoet aan de constante wijzigingen in de organisatie van de zorgsector. Zo heeft De Zeester (2007), een dagcentrum voor verstandelijk gehandicapten, een kolommenstructuur met lichte scheidingswanden waardoor ruimten uitwisselbaar en vrij indeelbaar zijn.

Eén druk op de knop
Mogelijkheden op het gebied van telematica en domotica worden geïntegreerd in de architectuur. Met één druk op de knop gaan alle lampen uit, schuiven de gordijnen op een ingestelde tijd automatisch open en dicht, wordt de temperatuur van het badwater elektronisch geregeld, wordt een stofzuigsysteem automatisch ingeschakeld zodra de bewoner zijn appartement verlaat, enzovoort. Architectenbureau Marlies Rohmer volgt nauwlettend en vol fascinatie de nieuwste technologische ontwikkelingen op dit gebied.

Zorgcentrum De Zeester, Noordwijk  

Zorgcentrum De Zeester, Noordwijk  

WoZoCo Dobbelmanterrein, Nijmegen  

WoZoCo Dobbelmanterrein, Nijmegen  

Ouderenwoningen Amerbos, Amsterdam  

Ouderenwoningen Amerbos, Amsterdam  

 
 

Copyright Marlies Rohmer Architects & Urbanists