Visie transformatie

‘Patchworkmodel’: de schoonheid van de imperfectie
Sloop en nieuwbouw hebben plaatsgemaakt voor een andere benadering. Het zwaartepunt is verschoven naar transformatie. De nadruk ligt op een duurzame verbetering van het bestaande. Bij transformatieprojecten is het keer op keer de kunst om een balans te vinden tussen het bestaande en het nieuwe. Een combinatie van oud en nieuw met de schoonheid van de imperfectie.

Voor Marlies Rohmer Architects & Urbanists is de bestaande situatie het vertrekpunt en een inspiratiebron. Het bureau borduurt voort op het wat aanwezig is (duurzaam en kostenefficiënt) en voorziet tegelijkertijd het gebouw of het gebied van een nieuwe identiteit door de bestaande kwaliteit te versterken en trefzekere nieuwe toevoegingen te doen. De ingrepen zijn van een grote vanzelfsprekendheid. Marlies Rohmer maakt plannen die ‘eigen’ zijn én goed in hun context passen. Op sommige aspecten past het ontwerp zich op een tijdloze bescheiden wijze aan de situatie aan, op andere onderdelen is het duidelijk een kind van zijn tijd, een geraffineerd maatkostuum.

Het door het architectenbureau ontwikkelde ‘patchworkmodel’, een flexibele lappendeken, geeft een specifiek en adequaat antwoord op de transformatieopgaven.
Het model gaat uit van het cradle to cradle principe en is gebaseerd op (gedeeltelijk) behoud en sublimatie van bestaande structuren, indelingen, materialen en infrastructuur. Dit principe past het bureau toe, zowel op stedelijke vernieuwingsopgaven als op gebouwniveau. Het generieke casco is een duurzame bouwstructuur en daardoor zeer flexibel en geschikt voor transformatie en verandering. De hoofddraagconstructie, brand- en rookcompartimentering en vluchtrouting blijven in principe ongewijzigd. De ruimten met installaties zoals keuken, natte ruimten en overige voorzieningen als serverruimten worden hergebruikt.
Belangrijke ingreep om bestaande kantoren geschikt te maken voor hedendaags gebruik, veelal gebaseerd op de filosofie van het Nieuwe Werken, is het openbreken van de ruimte van gevel tot gevel. Hierdoor wordt meer licht en zicht toegevoegd. De diagonale doorzichten zorgen ervoor dat daglicht tot diep op de werkvloeren doordringt.
De flexibele lappendeken is als ondergrond uitermate geëigend om onregelmatigheden, toevalligheden en veranderingen in zich op te nemen. De aanpak gaat uit van de mogelijkheden die er zijn en staat lijnrecht tegenover een hermetisch monumentaal concept. Bij stedelijke vernieuwingsopgaven ondersteunt de toepassing van het patchworkmodel een open planproces en flexibiliteit. Het biedt de mogelijkheid om tot ver in het proces met de verschillende (bouw)onderdelen te schuiven zonder dat het masterplan in essentie wordt aangetast.

De patchworkstrategie is inmiddels onder meer toegepast bij de transformatie van het Dobbelmanterrein (2008), in de kantoren van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (2011), de Dienst Landelijk Gebied in Utrecht (2011)Woningcorporatie Mitros (2013) en in de Belgische Ambassade (2013).

Patchworkmodel: flexibele stadsontwikkeling
Bij transformaties op stedenbouwkundig schaalniveau gaat het om ‘sleutelen  aan een draaiende motor’. In het masterplan voor de binnenstedelijke gebiedsontwikkeling van het Dobbelmanterrein in Nijmegen is de autonome positie van het terrein leidend geweest. In heel korte tijd (ca. een half jaar) is samen met de bewoners de basis gelegd voor het masterplan. Het patchworkmodel gaf de bewoners de mogelijkheid intensief mee te denken en ‘te schuiven’ met programmaonderdelen, zonder het stedenbouwkundig concept geweld aan te doen. Dit stedenbouwkundig concept berustte immers op de mogelijkheid te schuiven met functies. Dit patchwork model is inherent aan de fragmentarische opzet van het oorspronkelijke fabrieksterrein, dus ‘het schuiven’ versterkte dit concept juist. Heel belangrijk is dus dat inspraak meer wordt dan de som der delen (deelbelangen). Het oorspronkelijk geïsoleerde fabrieksterrein behoudt zijn kenmerkende besloten karakter – het ‘Dobbelmanblok blijft als een eenheid herkenbaar – maar is door de introductie van meerdere routes ook onderdeel van de wijk geworden. Door het open planproces konden tot op het laatste moment aanpassingen worden gedaan. Het resultaat is een compositie van volumes van verschillende schaal en met een divers programma, verwant aan de ordening (het
gefragmenteerde karakter) van het voormalige fabrieksterrein, maar met een nieuwe functie. Werken is vervangen door wonen. De semi-openbare ruimte, vormgegeven als een lange fabrieksstraat, vormt een sterke ruggengraat die alle losse onderdelen met elkaar verbindt. Deze zogenaamde Wasstraat, geplaveid met stelconplaten afkomstig van het voormalige fabrieksterrein, was bewust ongeprogrammeerd. Ook hier weer flexibiliteit. Bewoners hebben deze openbare strook in de loop der jaren geannexeerd en ook in de toekomst zal de strook afhankelijk van de wensen
van de buurt weer een andere invulling krijgen. De nieuwe stedelijke vitaliteit in het Dobbelmanterrein betekende een impuls voor nieuwe activiteiten en de ontwikkeling van de aanpalende wijk.

Patchworkmodel: werkLANDSCHAP
Herbestemming verrijkt het karakter van de nieuwe huisvesting. Het is een grote uitdaging het gebouw een tweede leven te geven vanuit de rauwheid en de atmosfeer die het biedt. De nieuwe openheid in de getransformeerde kantoren zorgt voor enorm veel licht en stimuleert tevens de interactie/ kennisdeling tussen de medewerkers. De open ruimte meandert over de vloeren en is georganiseerd in aparte werkplekken die ook weer gekoppeld kunnen worden. De voormalige gangen zijn verdwenen en de gehele gang is werkplek geworden, waardoor er een zeer gunstige netto-bruto verhouding ontstaat. Door een deel van de kamers te behouden, ontstaat een combinatie van open en besloten ruimten. Voor alle diverse werkzaamheden – geconcentreerd, vergaderen, presentaties, video-conferencing – ontstaat er een geschikte werkplek. Het geheel biedt een gevarieerde, warme en levendige sfeer die ook, bij de soms enigszins desolate leegte van de ‘clean-desk-policy’ een prettige, niet-steriele aanblik biedt.
De vloer zorgt voor verbinding, maar benadrukt ook de flexibiliteit. Zo bestaat het tapijt voor het kantoor van Dienst Landelijk Gebied in Utrecht uit meerdere kleurvlakken, opgebouwd uit tapijttegels. Deze vloerbekleding vat, los van de kantoorindeling, de gehele werkvloer samen en kan toekomstige veranderingen makkelijk in zich opnemen.
De centrale ruimten (pleinen) zijn door eenvoudige, flexibele ingrepen, zoals bij de Dienst Landelijk Gebied een transparant gordijn, voor meerdere doeleinden, lunch, overleg en brainstormsessies, te gebruiken. De groenvoorzieningen zijn een onlosmakelijk deel van de inrichting en integraal ontworpen in het patchworkmodel.
Accenten maken ieder kantoor uniek. De identiteit van de opdrachtgever wordt vertaald in de inrichting en is in elke uitwerking anders. Zo is voor het kantoor van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit gekozen voor duurzame en eenvoudige materialen als hout, glas, stof en natuurlijke tinten en zijn voor de huisvesting van de Dienst Landelijk Gebied felgekleurde panelen met uitvergrote kaartelementen ontworpen. Ook het meubilair past bij de sfeer van de opdrachtgever.
Herbestemming vraagt om een integrale benadering waarbij de kwaliteit van de bestaande installaties en bouwfysische problemen betrokken moeten worden.

Patchworkmodel 

Patchworkmodel 

Stedenbouwkundige transformatie: Dobbelmanterrein, Nijmegen  

Stedenbouwkundig patchworkmodel: Dobbelmanterrein, Nijmegen  

Transformatie interieur kantoor: Dienst Landelijk Gebied, Utrecht  

 
 

Copyright Marlies Rohmer Architects & Urbanists