Visie scholenbouw

Scholen: bouwen voor de NEXT GENERATION
Marlies Rohmer Atchitects & Urbanists (sinds 1986) heeft zo’n 15 jaar ervaring met het ontwerpen en bouwen van scholen in binnen- en buitenland. Vrijwel al onze opgeleverde scholen hebben de scholenbouwprijs danwel gewonnen (2002: Basisschool De Vijver, Wateringse Veld, 2008: Brede school de Matrix, Hardenberg), danwel een nominatie gekregen (2006: Het Spectrum, Den Haag, 2013: Open wijkschool ‘De Combinatie’, Vlissingen). De Matrix kreeg de prijs voor het duurzaamste schoolgebouw. In die tijd heeft ons bureau steeds meer opdrachten met betrekking tot de jeugd gekregen, zoals scholen, speelpleinen, een discotheek en een groot jongerenhotel. Om deze opdrachten tot een succes te maken, vinden wij het nodig om goed op de hoogte te zijn en te blijven van de snel veranderende leefwereld van jongeren.
Vanuit een persoonlijke interesse had Marlies Rohmer al een verzameling aangelegd van krantenknipsels, artikelen en literatuur over jongeren. Deze verzameling ligt aan de basis van een meer methodisch onderzoek naar (de veranderende leefwereld van) jongeren en onderwijs. Centraal daarin staan thema’s als: veranderde gezinsverhoudingen, veranderingen in het onderwijs, de dikker wordende jeugd, culturele diversiteit, segregatie, integratie. Dit onderzoek doen wij onder meer om het programma van eisen van gebouwen voor jongeren uit te breiden met een maatschappelijke en culturele component. Kortom, een zoektocht naar nieuwe mogelijkheden met betrekking tot gebouwen voor de NEXT GENERATION.

Brede school: het nieuwe hart van de buurt
Als brede school vervult de school een centrale functie voor de wijk. Dit komt ook tot uiting in haar ligging: niet langer aan de randen, maar als stedenbouwkundig baken in het centrum van de wijk. De school wordt steeds meer het sociaal-culturele hart van een buurt, een podium voor de stad. Waar de sociale rol van de kerken is weggevallen en zij een andere functie hebben gekregen, springt de brede school in het gat dat daarmee is ontstaan. Dit weerspiegelt zich in de uitstraling en ligging van de school. De school presenteert zich als een herkenbaar en goed bereikbaar podium. Als (semi-)openbaar gebouw, met een verscheidenheid aan sociaal-maatschappelijke en culturele voorzieningen, maakt de brede school deel uit van het stedelijk leven. Als plaats van ontmoeting, uitwisseling en sociale vorming wordt ze het nieuwe sociaal-culturele hart van de wijk. Na 18.00 uur, als de laatste kinderen de naschoolse opvang hebben verlaten, verandert de school in een gemeenschapsgebouw waarin verenigingen vergaderen, waarin de aula tot disco of muziekzaal wordt getransformeerd, waarin cursussen en taallessen worden gegeven en waarin het sportcentrum optimaal wordt gebruikt. De uitstraling van het schoolgebouw kan verglijden van extravert naar intiem. Voor jonge kinderen moet de school ook een intiem karakter hebben. Hallen, gangen, trappen, de aula, het schoolplein, het sportveld, al deze ruimten vormen het podium van het theater. Maar naast deze plekken voor publieke interactie moet het schoolgebouw mogelijkheden bieden voor afzondering, rust en concentratie. Daarvoor wordt de gang benut. In plaats van een neutrale verbinding tussen lokalen, wordt de gang een ruimte waar zich in nissen, hoekjes en achter verschuifbare wanden kleine semi-publieke ruimtes bevinden waarin de leerlingen zich kunnen terugtrekken. Een basisschoolkind dat overblijft en op de eigen school naar naschoolse opvang gaat, brengt de hele dag door in hetzelfde gebouw, dus ook verschillende sferen zijn belangrijk.

De gebruiker centraal
De inbreng van de uiteindelijke gebruikers van een school is van groot belang en een impuls voor ons werk.  Daarbij hebben wij vaak te maken met meerdere gebruikers en partners met verschillende (onderwijs)visies en normen en waarden. We hebben ruime ervaring met diverse typen onderwijs, van openbaar onderwijs tot Dalton-, Jenaplan- en Montessori onderwijs. En die ervaring betaalt zich terug bij de ruimtelijke vertaling van de onderwijsvisies. We helpen niet alleen met de aanscherping van de verschillende onderwijsvisies, maar wij dragen ook zorg voor een succesvolle ruimtelijke vertaling daarvan in het ontwerp. Gesprekken met directie tot leerkracht en van gymleraar tot conciërge zijn een verrijking voor het ‘fine tunen’ van het ontwerp.

Marlies Rohmer Atchitects & Urbanists is gewend het beste van al die werelden “apart together” te laten samenkomen in een geïntegreerd ontwerp, waarbij alle gebruikers hun eigen uitstraling en identiteit behouden, maar waar ook sprake is van een collectieve uitstraling. Ons project ‘De Matrix’ is een hiervan goed voorbeeld: de aparte participanten zijn individueel herkenbaar gehuisvest en maken allen gebruik van centraal gelegen collectieve voorzieningen. Wij maken gebouwen die specifiek zijn toegesneden, maar flexibel genoeg om veranderingen op te nemen.

Specifiek-generiek
Een generieke structuur biedt ruimte aan verandering. Voor een duurzaam schoolgebouw is niet alleen van belang dat het – gebruik – kan veranderen, maar ook datgene dat blijft. Het blijvende vormt het kader, het casco. Dat staat voor ruimtelijkheid, overmaat, en vormt het domein van de architectuur. De ruimte binnen het kader is algemeen, onbepaald, en kan naar de wensen van het moment worden ingevuld. Het casco is generiek in het gebruik, maar is tevens uitgesproken en specifiek in zijn uitwerking als hoofdvorm en om het schoolgebouw een stedenbouwkundige identiteit te geven. Bij de flexibele hoofdopzet van het gebouw wordt rekening gehouden met allerlei vormen van dubbelgebruik en mogelijkheid tot verandering door nieuwe inzichten. In de middag- en avonduren kunnen verschillende gebruikersgroepen van het gebouw gebruik maken. Om dit mogelijk te maken, ontwerpen wij in onze een centrale gemeenschappelijke ruimte (ook al vraagt het programma van eisen daar niet direct om), die op eenvoudige manier samen met de speellokalen regelmatig tot een grote feest- of kerkzaal omgetoverd kan worden. De vergaderruimte, de gymzalen, het handvaardigheidlokaal en de grote keuken worden in de avonduren en weekenden gebruikt door stichtingen, verenigingen en kerken voor cursussen, bijeenkomsten en vieringen. Door dit dubbelgebruik kunnen de exploitatiekosten omlaag worden gebracht.

Ruimte à la carte bij onze schoolgebouwen
Tussen specifiek en generiek heerst een spanningsveld. Het gaat er om een balans te vinden tussen open, flexibele en gedefinieerde ruimte, en tussen grootschaligheid en kleinschaligheid. De culturele en maatschappelijke gelaagdheid geeft een gebouw zijn specifieke karakter. Bijvoorbeeld door een sporttoren tot centraal element van de school te maken wordt de school herkenbaar als een gebouw voor jongeren, of door een markant trappenhuis of een tribune, waar uitwisseling en beweging een rol spelen. Bij het interieur kan je gebruik maken van mobiele units en verplaatsbare wanden, waarmee kleine enclaves, individuele en flexibele leer- en speelplekken gecreëerd worden. Het maken van vast meubilair vormt daarbij een integraal onderdeel van ons werk. Vouwwanden maken van twee lokalen bijvoorbeeld een collectief lokaal. In plaats van een aaneenschakeling van klaslokalen en gangen ontstaan er vele soorten ruimtes: grote en kleine, nissen en hoeken, die multifunctioneel gebruikt kunnen worden. De school biedt ruimte à la carte:  voor individueel leren, voor groepsactiviteiten en onderwijs voor grotere en kleinere groepen.

Het brede schoolplein: met sportplein of schooltuinen op het dak (farming the city!)
Het schoolplein zou geen fantasieloze vlakte van betontegels moeten zijn. Je kunt van het terrein avontuurlijke groengebieden maken, met een schooltuin, of speelweide, gecombineerd met een sportplein (op het dak). Ook de trappen naar dit sportplein kunnen als speelelement of buitentheater dienen. Met trappen, tribunes, een speeltoren, kun je het plein vloeiend laten overgaan in het gebouw. Het gebouw wordt zo zelf een spannend, beklimbaar speelobject. Bij het ‘Community Center’ in Amsterdam hebben we schooltuinen op het dak gemaakt.

Frisse scholen: een goed binnenmilieu, ‘total engineering’
Wij hebben veel ervaring met het bouwen van duurzame en energiezuinige gebouwen. Het is ons streven om scholen te maken die niet alleen op technisch niveau energie-efficiënt zijn, maar waar duurzaamheid ook op een conceptueel bouwkundig én immaterieel, menselijk niveau ontstaat. De gedachte daarbij is: een gebouw waarin mensen zich goed voelen, dat energie geeft, gaat langer mee en is dus duurzaam, een prettig binnenklimaat is heel belangrijk voor het welbevinden. Binnenkort wordt onze eerste energieneutrale school (Houthavens, Amsterdam) opgeleverd: het ontwerp voldoet aan zeer hoge eisen op het gebied van akoestiek, energie en bouwfysica, en voldoet aan het label Frisse Scholen klasse A.

Het realiseren van een energieneutrale school die voldoet aan de eisen van Frisse Scholen klasse A is in elk project een multidisciplinaire taak van het ontwerpteam. Aan de basis ligt een integrale aanpak van bouwkunde, constructie en installaties. Wij nemen middels een ‘Total Engineering’ opdracht graag de leiding over het ontwerpteam. Bij de keuzes voor energiebesparende maatregelen worden alle kwaliteitsaspecten gewogen. Niet alleen de energetische kwaliteit maar ook bijvoorbeeld duurzaamheid / levensduur, comfort, kosten, gezondheid en (sociale) veiligheid. Deze integrale benadering komt ook terug in het architectonische ontwerp. Een ontwerp is bij ons altijd meer dan de optelsom der delen.

Alle mogelijke energiebesparende maatregelen worden ingezet. Daarbij gaan we in eerste instantie uit van een ‘low-tech’ benadering, zodat door het gebruik van bouwkundige maatregelen het niveau aan installaties beperkt kan blijven. Denk daarbij aan een gezond binnenklimaat door het toepassen van hoge lokalen (lokaal raakt minder snel oververhit, ruimte voor insteekvloertje) en het gebruik van natuurlijk daglicht (door bijvoorbeeld grote ramen op het noorden: de lichtintensiteit op een zonnige dag is 100.000 lux, op een bewolkte dag 35.000 lux, daar kan je met kunstverlichting van 300-600 lux niet tegenop). Of bijvoorbeeld het ontwerpen van een ‘slimme’ gevel: met een diepe negge, klepramen, lager aangrijpende zonwering (altijd frisse lucht en daglicht ook als de zonwering naar beneden is). En ook het groenconcept draagt bij met onder meer interieurbeplanting of wateropvang (waterbesparing) door middel van een groen dak of schooltuinen op het dak. Het (binnen)klimaat (verwarming, koeling) wordt aanvullend geregeld door installaties en bouwfysische maatregelen als warmte-koude opslag (WKO), betonkernactivering (buffering van warmte en koude: thermische massa), lage temperatuur vloerverwarming en –koeling (regelbaar per lokaal) en ‘last but not least’ akoestische maatregelen (nagalmtijd 0,6).

Brede School Het Meervoud, Amsterdam 

Open Wijk School De Combinatie, Vlissingen 

Open Wijk School De Combinatie, Vlissingen 

Open Wijk School De Combinatie, Vlissingen 

Brede School De Matrix, Hardenberg 

Brede School De Matrix, Hardenberg 

Basisschool Het Spectrum, Den Haag  

Basisschool Het Spectrum, Den Haag 

Scholencomplex De Vijver, Wateringseveld, Den Haag 

Scholencomplex De Vijver, Wateringseveld, Den Haag 

 
 

Copyright Marlies Rohmer Architects & Urbanists